Reflexen
Als je baby nog maar
een paar dagen oud is, zul je merken dat hij in reactie
op zijn omgeving (als hij een geluid hoort bijvoorbeeld)
bepaalde bewegingen kan maken. Deze bewegingen worden ook
wel reflexen genoemd. De reflexen van je baby komen voort
uit zijn natuurlijke instinct dat erop gericht is om buiten
de baarmoeder te overleven.
In de baarmoeder
Je baby begint al in de baarmoeder met het maken van bewegingen.
Wanneer het embryo nog maar acht weken oud is, kan het
al reageren op aanrakingen en veranderingen in zijn omgeving.
Na tien weken kan hij zijn armpjes en beentjes al bewegen,
zijn hoofdje draaien en zich om zijn as wentelen. Als
je baby drie maanden oud is, kan hij met zijn handjes
grijpbewegingen maken, de navelstreng vastpakken, zich
uitrekken en gapen. Omdat je kindje dan nog maar een paar
centimeter groot is, voel je daar zelf niets van.
Je baby maakt deze bewegingen als het ware automatisch,
zonder te beseffen dat hij deze bewegingen maakt. Dat geldt ook
voor de reflexen die je baby na de geboorte vertoont. De reflexen
verdwijnen dan ook op het moment dat de hersenen van je kindje als
het ware geleerd hebben hoe ze aan het lichaam moet vertellen hoe
het deze bewegingen moet maken. Vanaf dat moment hebben de hersenen
van je baby de functie van zijn reflexen overgenomen. Deze overgang
van reflexmatige bewegingen naar bewuste bewegingen vindt een paar
maanden na de geboorte plaats. De reflexen van je baby verdwijnen
dan ook na ongeveer drie maanden.
Zoekreflex
en zuigreflex
De belangrijkste reflexen zijn misschien wel de zoek-
en zuigreflexen. Deze zijn er immers op gericht om voedsel
binnen te krijgen. Zodra je zachtjes over een wangetje
van je baby strijkt, zal je kind zijn hoofd die kant op
draaien en zijn mond opendoen. Het maakt met zijn mondje
ondertussen een zoekende beweging in de richting waar
de streling vandaan kwam. Deze reflex is niet bij elke
baby even duidelijk. Sommige babys draaien alleen
hun hoofdje naar de streling.
Zodra je baby iets in zijn
mond voelt, zal hij beginnen met zuigen. Als je het wangetje
niet langer aanraakt, en de prikkel om te zoeken en te zuigen
verdwijnt, zal je baby toch nog even doorgaan met zuigen.
Het zuigen van je baby lijkt overigens een beetje op kauwen.
Het is een erg sterke beweging, die vaak een poosje aanhoudt.
Slikreflex
en kokhalsreflex
Na het zuigen volgt het slikken. Ook deze beweging kan
je baby direct na zijn geboorte maken. Zo kan hij zich
meteen voeden met colostrum of melk. Als je kind tijdens
het voeden per ongeluk te veel vloeistof binnenkrijgt,
voorkomt de kokhalsreflex dat je baby stikt. Dankzij deze
reflex is je baby bovendien in staat om zijn luchtwegen
schoon te maken en eventueel slijm, dat zijn ademhaling
bemoeilijkt, op te hoesten.
Grijpreflex
Als je een vinger in de handpalm van je baby legt, zal hij deze
onmiddellijk stevig beetpakken. Dit is de grijpreflex van je baby.
De greep van je baby is zo sterk, dat hij zijn hele gewicht kan
dragen wanneer hij zich met beide handjes ergens aan vastgrijpt.
Als je de voetzolen van je baby aait, reageert hij op precies dezelfde
manier: de teentjes krullen naar binnen, waardoor je baby een grijpbeweging
maakt met zijn voetje.
Loopreflex
Vlak na de geboorte maakt je baby soms een beweging die verbazingwekkend
veel lijkt op lopen. Als je je baby onder zijn armen rechtop houdt
en met zijn voeten een hard oppervlak laat aanraken, trekt hij
een beentje op alsof hij een stap wil maken. Wanneer je hem daarna
met het andere voetje de ondergrond aan laat raken, zal hij dat
beentje optrekken. Zo lijkt het net alsof je baby wil gaan lopen.
Deze reflex is vlak na de bevalling het sterkst aanwezig, daarna
verdwijnt hij al snel.
Schrikreflex of Moro-reflex
Alle babys vertonen vlak na hun geboorte dezelfde schrikreactie.
Bij een plotseling geluid of een onverwachte beweging zal je baby
zijn armen en benen wijd uitspreiden, alsof hij iets wil vastgrijpen.
Daarna buigen ze langzaam weer naar binnen en balt je kindje zijn
vuistjes. Deze reflex eindigt met een heftige huilbui. De schrikreflex
doet, samen met de grijpreflex, sterk denken aan de manier waarop
babyaapjes reageren en zich vastgrijpen aan hun moeder.
Tonische nekreflex
Wanneer babys op hun rug gelegd worden, gaan ze meestal op
dezelfde manier liggen. Het hoofdje keert zich naar één kant. Het
armpje en het beentje aan die kant worden uitgestrekt, terwijl de
ledematen aan de andere kant van zijn lijfje gebogen zijn. Leg je
je baby op zijn buik, dan zal hij zijn hoofd waarschijnlijk opnieuw
naar één kant draaien. Vervolgens trekt hij zijn benen op, totdat
zijn knieën tegen zijn onderbuik liggen. Ondertussen houdt hij zijn
armpjes stevig tegen zijn lichaam gedrukt, terwijl hij zijn handjes
tot vuisten balt.
|