Ontwikkeling
in de 8e maand
Eten wil je kind nu steeds meer zelf
doen. Er is geen grotere pret dan wanneer hij het fruithapje of de
groenteprak zelf naar binnen mag lepelen! Toch is het vasthouden van
een lepel nog een hele toer voor je baby. Dan hebben we het nog maar
niet over het vinden van zijn eigen mond.
Om ervoor te zorgen dat je kind toch genoeg voedsel
binnenkrijgt, kun je hem zelf het beste met een ander lepeltje bijvoeden,
terwijl je hem ondertussen zijn gang laat gaan. Een grote slab of
theedoek om zijn kleding te beschermen is natuurlijk wel nodig.
Drinken wil je baby ook het liefste zelf doen. Hij laat merken dat
hij zelf de fles wil vasthouden en geeft bovendien zelf aan wanneer
hij genoeg heeft.
Vlees en vis
Naast groente mag je kind nu ook aardappels en zelfs
een beetje vlees, kip of vis eten. Alles fijngemaakt natuurlijk
en in kleine porties. Je mag ook een half ei geven in plaats van
vlees, maar liever niet vaker dan één keer per week.
Zo langzamerhand eet de kleine al bijna met de pot
mee. Blijf nog voorzichtig met zout en scherpe kruiden. Je baby
kan deze ingrediënten nog niet goed verwerken, dus is het beter
om zoutloos te koken en het eten naderhand voor jullie naar smaak
te kruiden.
Eten jullie iets dat hij nog niet mag hebben, dan
biedt een kant-en-klaar potje uitkomst. Deze bevatten net zoveel
vitaminen en andere bouwstoffen als zelfgemaakte hapjes, maar zijn
alleen relatief duurder.
Zuivel
Je baby mag nu zelfs een toetje hebben, als hij daar behoefte
aan heeft. Yoghurt, al dan niet met een beetje vruchtensap of fruit,
zal hij een feest vinden.
Begin liever nog niet met zuivelproducten die suiker
bevatten en voeg ook zelf geen suiker toe. Wat je kindje niet kent,
mist hij ook niet. Hij zal later nog genoeg suiker te verwerken
krijgen. Baby's zijn bovendien enorme zoetekauwen. Als je ze laat
wennen aan suiker, bestaat de kans dat ze daarna elk hapje zonder
suiker weigeren.
Het eerste boterhammetje
Je kind mag nu ook brood eten. Geef hem tot zijn eerste verjaardag liever geen volkoren, maar wit of bruin brood. De eerste keren kun je het eventueel weken in melk of water en de korstjes eraf halen.
Mogelijke belegsoorten: smeerkaas, jonge kaas (eventueel geraspt), kwark of geprakte banaan.
Denk vooruit
Rond de achtste maand kan het ineens heel hard gaan met de lichamelijke
ontwikkeling van je kind. Het merendeel van de kleintjes kruipt
al vrolijk rond, of doet inmiddels verwoede pogingen daartoe en
schuift op zijn buik of billen voor- of achteruit.
Het wordt dan ook de hoogste tijd om het ledikant
lager te zetten als dit een verstelbare bodem heeft. Vandaag trekt
je kind zich misschien nog niet op, maar dat zegt niets over wat
hij morgen zal kunnen.
Hetzelfde geldt voor de box, al gaat je kind hier
misschien niet meer zo vaak in. Juist bij zeer mobiele baby's kan
de box dienst doen als een rustpunt na alle inspanning. Even een
halfuurtje bijtanken en moeder en kind kunnen er weer tegenaan!
Dromen en ontwaken
Sliep je baby eerst prima, vanaf nu kun je merken dat hij soms heel
angstig wakker kan worden. Hij begint te dromen en dat is voor veel
kinderen even schrikken.
Even rustig troosten helpt het best, dan slaapt hij
zo weer verder. Als het even kan, kun je hem het best in zijn bedje
laten liggen en hem over zijn bolletje aaien en zachtjes toespreken.
Zo went hij eraan dat hij 's nachts lekker in zijn eigen bedje slaapt
en niet tussen papa en mama in.
|