Eenkennigheid
Zo tussen de zesde
maand en het eerste jaar kan het gebeuren dat je vrolijke
en spontane baby plotseling een heftige angst ontwikkelt
voor iedereen behalve zijn moeder, vader en broertjes of
zusjes. Kindjes die vroeger iedereen met een grote glimlach
en open armpjes verwelkomden, beginnen nu te huilen zodra
er een vreemd gezicht verschijnt. Dat betekent dat je baby
een fase van eenkennigheid is ingegaan.
In de periode voordat een
baby zes maanden oud is, maakt hij nog geen duidelijk
onderscheid tussen de mensen om hem heen. Hoewel hij waarschijnlijk
een duidelijke voorkeur heeft voor zijn ouders en directe
familieleden, zijn kindjes van deze leeftijd niet afkerig
tegenover vreemden. Meestal benadert je kindje iedereen
op een positieve manier.
Dit komt doordat je baby iedereen
ziet als een persoon die aan zijn of haar verlangens kan
voldoen. Natuurlijk krijgt hij liever troostende woordjes
en drinken van jou of je partner, maar in principe is ieder
vriendelijk gezicht een bron van troost en voedsel.
Bovendien kent je kindje
op die leeftijd het verschil tussen aan- en afwezigheid
nog niet zo goed. Voor hem zijn mensen nooit helemaal
afwezig. Ook als hij ze niet ziet, heeft een kindje jonger
dan zes maanden het gevoel dat alle geliefde personen
binnen handbereik zijn, en dat ze kunnen verschijnen zodra
hij ze nodig heeft.
Tussen de zesde en de twaalfde
maand van zijn bestaan, realiseert je baby zich langzaam
maar zeker dat hij voor zijn verzorging grotendeels afhankelijk
is van onmiddellijke familieleden. Dat zijn in de eerste
plaats zijn vader en moeder, en daarnaast misschien nog
een paar vertrouwde personen. Dit heeft tot gevolg dat
alle mensen die buiten dit kleine vertrouwde kringetje
van liefhebbende verzorgers vallen, plotseling bedreigend
worden.
Daar komt nog bij dat je kind
zich er geleidelijk van bewust wordt dat ook zijn geliefde
en vertrouwde verzorgers wel eens afwezig zijn. Bij de gedachte
om alleen achter te blijven, raakt je baby in paniek. Achterblijven
tussen alleen maar vreemden vindt je baby meestal net zo
erg. Het liefst is je baby dan ook alleen in het gezelschap
van zijn directe vertrouwelingen.
In deze periode moet je baby
leren dat andere mensen niet per definitie bedreigend
zijn. Dat leer je hem het beste wanneer deze anderen je
baby voorzichtig en vriendelijk benaderen. Waarschuw alle
familieleden, vrienden en bekenden dus van tevoren dat
je kindje in een eenkennigheidfase zit.
Geef je baby de tijd om aan
die anderen te wennen. Dat gaat het best wanneer hij ondertussen
veilig op zijn moeders schoot zit. Vertel de anderen om
je kind niet direct aan te raken. In plaats daarvan kunnen
ze beter proberen om zijn vertrouwen te winnen met vriendelijke
woordjes, een glimlach en een speeltje.
Verder moet je kind in deze
periode erop leren vertrouwen, dat geliefde personen na
een korte of langere periode van afwezigheid altijd weer
terugkeren. Je zult er echter aan moeten wennen dat je afscheid
t de eerste tijd alleen maar een heftige huilbui op gang
brengt.
Deze periode van eenkennigheid
kan voor jou en je partner erg vermoeiend en frustrerend
zijn. Aan de ene kant is het heel lief dat je kindje zo
sterk zijn voorkeur voor jullie laat blijken, maar aan
de andere kant kun je het gevoel krijgen dat je baby je
hiermee aan banden legt en je bewegingsvrijheid beperkt.
Op die momenten helpt het
om te weten dat deze fase niet zo lang duurt en vanzelf
weer overgaat. Na een paar weken heb je het ergste wel
gehad. Je kindje is dan hooguit nog wat verlegen tegenover
vreemden, maar raakt niet meer volledig in paniek. Misschien
moet hij nog huilen als je weggaat, maar hoor je van de
oppas dat hij na je vertrek al snel weer tot rust komt.
Hoe meer je je kind helpt tijdens
deze periode, hoe sneller deze fase voorbijgaat. Als je
hem de gelegenheid geeft om in jouw veilige aanwezigheid
aan nieuwe gezichten te wennen, zal hij sneller zijn angst
voor vreemden overwinnen. Het vertrouwen dat je altijd weer
terugkomt, groeit sneller wanneer je hem elke keer vertelt
dat je even weg bent, maar daarna gewoon weer terugkomt.
Steun je baby dus tijdens deze periode.
Overigens maken niet alle kinderen
deze fase in even heftige vorm door. Bij sommigen duurt
de periode van eenkennigheid echt een aantal weken, waarin
veel traantjes vloeien. Bij andere babys duurt de
fase zo kort dat je er nauwelijks iets van merkt. Dit laatste
type kind past zich waarschijnlijk gewoon iets sneller aan
nieuwe situaties aan dan het eerste.
|