Wat zijn naweeën? Hoe lang blijf je na de bevalling nog vloeien? En wat kun je doen tegen pijn bij het plassen? Na je bevalling kun je een tijd lang last hebben van een aantal kwalen. Hieronder de meest voorkomende.
Naweeën
Vloeien
Stuwing
Bekkenpijn
Pijnlijke schaamstreek
Pijn bij het plassen
Urineverlies
Problemen met de stoelgang
Aambeien
Naweeën
Nadat je baby is geboren, kun je last hebben van naweeën. Je baarmoeder krimpt ineen totdat zij weer een normale grootte heeft gekregen. Dit kan gepaard gaan met krachtige samentrekkingen. Wanneer je baarmoeder samentrekt, worden de bloedvaten die naar je placenta liepen afgeknepen, zodat je steeds minder bloed verliest. De naweeën zorgen zo voor een regulering van de kraamzuivering [Link naar Vloeien in deze subrubriek]. De kraamverzorgende controleert of je baarmoeder naar behoren samentrekt; ze drukt met haar vingers onder je navel en voelt of je baarmoeder reageert.
Bij een tweede of volgende bevalling kun je meer last hebben van naweeën omdat je buikspieren wat slapper zijn geworden. Je kunt proberen om de naweeën op te vangen met de technieken die je tijdens de bevalling hebt gebruikt.
Het geven van
borstvoeding bevordert het herstel van je baarmoeder. Door het zuigen van je baby, trekt je baarmoeder samen en krimpt hij sneller.
Vloeien
Na de bevalling blijf je ongeveer vier tot zes weken vloeien. Zo lang duurt het totdat de wond in je baarmoeder - waar de placenta heeft gezeten - is genezen. Tot die tijd blijf je bloed en wondvocht verliezen. Deze afscheiding wordt kraamzuivering, kraamvloed of lochia genoemd. Kraamzuivering bestaat uit kleine stukjes baarmoederslijmvlies, rode bloedstolsels en witte bloedlichaampjes. Om het vocht op te vangen kun je in het begin het beste speciaal kraamverband of inlegluiers gebruiken. Later volstaat gewoon maandverband.
De eerste dagen vloei je het meest. Je verliest dan vooral bloed, soms met grote stolsels. Naarmate de bevalling langer geleden is en je baarmoeder verder herstelt, wordt het vloeien minder. De kraamverzorgsters controleert elke dag je kraamzuivering om te kijken of er geen infecties ontstaan.
De kraamzuivering verkleurt van helder rood naar bruinachtig en bruingeel, tot het uiteindelijk een geelwitte of rozeachtige kleur heeft gekregen. Na drie weken mag er geen bloed meer in de kraamzuivering aanwezig zijn. Het vocht hoort een beetje zoetig en menstruatieachtig te ruiken.
Als je kraamzuivering zeer onaangenaam ruikt, kan het zijn dat een stukje placenta in je baarmoeder is achtergebleven of dat je baarmoederslijmvlies is ontstoken. Neem dan meteen contact op met je huisarts of verloskundige. Er is ook iets aan de hand als je plotseling heel hard begint te vloeien of wanneer het vloeien plotseling ophoudt. In beide gevallen is het verstandig om je verloskundige of huisarts hiervan op de hoogte te brengen.
Als alles goed gaat, is je baarmoeder na zes weken voorzien van een nieuwe laag baarmoederslijm. Dat betekent dat je lichaam klaar is om weer te gaan menstrueren. Als je borstvoeding geeft, kan het echter nog wel een jaar duren voordat je ook daadwerkelijk weer ongesteld wordt. In die tijd ben je wél vruchtbaar!
Stuwing
Een paar dagen na de bevalling komt je melkproductie op gang; je lichaam maakt zich klaar om
borstvoeding te geven. Er gaat meer bloed naar je borsten stromen, waardoor je borsten hard en pijnlijk aanvoelen. Stuwing heet dat. Naast de pijnlijke plekken in je borsten kan stuwing ook koorts veroorzaken.
Als je last krijgt van stuwing kun je de pijn verzachten door iets kouds tegen de pijnlijke plekken te houden, zoals een washandje met ijsblokjes of een natgemaakt en ingevroren inlegkruisje.
Het pijnlijke gevoel verdwijnt grotendeels na elke voeding. Je kunt dus ook proberen om je baby wat
vaker aan te leggen als je borsten erg pijnlijk zijn. Om de melk op gang te brengen, kun je ongeveer tien minuten voor het voeden warme kompressen op je borsten leggen. Het masseren van je borsten onder een warme douche heeft hetzelfde effect.
Ook als je geen borstvoeding geeft, kun je last krijgen van stuwing. Om dit tegen te gaan en de borstvoeding te remmen kun je je borsten ‘opbinden’. Dit doe je door een stevige bh te dragen. Je kraamverzorgende kan je hierbij helpen. Bind je borsten niet te strak op, dit verhoogt de kans op borstontsteking.
Bekkenpijn
Veel vrouwen hebben na de bevalling last van bekkenpijn; pijn rond het schaambeen die vaak samengaat met een instabiel gevoel in het bekken. Bekkenpijn is een gevolg van de druk die tijdens de geboorte op het bekken stond. Blijf de eerste dagen na de bevalling zoveel mogelijk in bed. Door op je zij te gaan liggen, breng je je bekken in een stabiele positie en krijgen je botten rust. Als je een kussen tussen je benen stopt, liggen je benen evenwijdig en wordt je bekken zo min mogelijk belast. Luister goed naar je lichaam en bouw het rustig op. Niemand kan je van tevoren vertellen hoe lang je klachten zullen aanhouden.
Een paar tips:
- Traplopen geeft een flinke druk op je bekken. Doe dit zo min mogelijk;
- Doe je baby niet zelf in bad. Deze houding is erg slecht als je last hebt van je bekken. Laat je partner of de kraamverzorgende je kind badderen. Als je hulp hebt, kun je samen douchen met je kind. Laat hem door iemand anders afdrogen;
- Ga op bed zitten en leg je baby naast je als je hem moet verschonen. Bij de commode staan vormt een te grote belasting voor je bekken.
Als je tijdens je zwangerschap al last had van je bekken, kan het zijn dat je
bekkeninstabiliteit hebt. Neem hiervoor contact op met je huisarts.
Pijnlijke schaamstreek
Je schaamlippen kunnen de eerste dagen na de bevalling wat opgezwollen zijn. Vaak helpt het om er iets kouds tegenaan te houden, een washandje met ijs. Je kunt ook een maandverbandje of inlegkruisje natmaken en een tijdje in het vriesvak leggen, voordat je het gebruikt.
Het gebied tussen je vagina en je anus - het perineum - voelt de eerste dagen na de bevalling vaak pijnlijk aan. Het kan er uitgerekt en opgezwollen uitzien. Na een paar weken herstelt je schaamstreek zich.
Wanneer je bent
ingeknipt of uitgescheurd, is je schaamstreek extra gevoelig vanwege de hechtingen die je hebt gekregen.
Pijn bij het plassen
Plassen gaat vlak na de bevalling vaak moeilijk. Het weefsel rond je urinebuis is opgezwollen en je blaasspier is onder invloed van hormonen slapper geworden. Rondom je vagina zitten vaak wondjes. Als daar urine overheen loopt, kan dat een pijnlijk en branderig gevoel geven. Het kan ook zijn dat je niet eens merkt dat je blaas vol is, omdat de zenuwen van je blaas tijdens de bevalling klem hebben gezeten.
Toch is het belangrijk om regelmatig te plassen. Vooral tussen de tweede en zesde dag na de bevalling loopt je blaas snel vol. Je lichaam voert het vocht af dat het tijdens de zwangerschap heeft vastgehouden. Van een volle blaas kun je buikpijn krijgen. Bovendien is de kans op infecties groter en kan je baarmoeder niet goed samentrekken als je blaas vol is.
Om het branderige gevoel te verminderen kun je tijdens het plassen je vagina spoelen met lauw water. Gebruik daarvoor een flesje. Plassen onder de douche kan ook. Spoel je vagina ook na het plassen goed na met water, daarmee voorkom je een infectie.
Urineverlies
Urineverlies na de bevalling komt veel voor. Tijdens de bevalling rekken de bekkenbodemspieren op en ontstaan er kleine spierscheurtjes.
Bekkenbodemoefeningen helpen om je bekkenbodemspieren weer terug te brengen in hun oude staat. Als je ondanks deze oefeningen zes weken na je bevalling nog steeds last hebt van urineverlies, neem dan contact op met je huisarts. Hij kan je doorverwijzen naar een bekkenbodemtherapeut. Dit is een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in problemen met de bekkenbodem. Schaam je vooral niet voor je
incontinentie; het komt veel vaker voor dan je denkt.
Bij veel vrouwen is vlak na de bevalling het gevoel in het onderlijf verminderd. Je voelt niet meer of je klaar bent met plassen of laat ongewild windjes. Kort na de bevalling is dit normaal. Uit onderzoek blijkt dat 19 procent van de vrouwen die korter dan een jaar geleden zijn bevallen, nog steeds last hebben van ongewild urineverlies. Bij vrouwen die tijdens de bevalling een totaalruptuur hebben gehad, liggen de cijfers nog hoger.
Er zijn verschillende factoren die zorgen voor incontinentieproblemen na de bevalling. Bij lang persen kunnen de zenuwen overrekt raken en beschadigen, waardoor de bekkenbodem niet meer goed functioneert. Ook de schedewanden kunnen worden opgerekt en de urinebuis kan wat naar beneden worden gedrukt. Het ophouden van urine wordt hierdoor bemoeilijkt. Kunstverlossingen - vooral de tangverlossing - vormen ook een extra risico voor schade aan de bekkenbodemspier.
Als je last blijft houden van urineverlies zijn er - afhankelijk van de ernst - diverse therapieën mogelijk. Bij de bekkenbodemtherapeut of fysiotherapeut kun je leren hoe je de bekkenbodemspier en de sluitspier van de blaas oefent en versterkt. De therapeut maakt je bewust van je bekkenbodem: je leert waar hij precies zit, wat de functie is en om de bekkenbodem op de juiste manieren aan te spannen en te ontspannen. Een andere oplossing is soms het dragen van een pessarium. Als de incontinentie zeer ernstig is en er ook sprake is van verzakking, dan is soms een operatie nodig. De voorwand van je vagina en je blaas worden dan weer strakker gemaakt. Dit heet een voorwandplastiek. Een operatieve ingreep wordt alleen overwogen als je geen kinderwens meer hebt.
Enkele tips om je bekkenbodem te ontzien:
- Probeer veel te liggen, afgewisseld met kleine stukjes lopen en zitten;
- Blijf niet te lang achter elkaar staan;
- Probeer zo min mogelijk te persen bij de ontlasting, vraag eventueel je huisarts om middelen die de ontlasting zachter maken;
- Tijdens de bijeenkomsten voor na de bevalling van je zwangerschapscursus wordt vaak aandacht besteed aan de bekkenbodem;
- Er is een speciaal trainingsprogramma ontwikkeld waarmee tot 70% van de vrouwen volledig van hun incontinentieprobleem verlost worden: het Corewellness-programma. Op www.corewellness.nl kun je een gratis dvd aanvragen. De praktische oefeningen kun je overal doen - in de auto, achter je bureau of op de bank - zonder dat je omgeving het merkt;
- Zorg voor een goede toiletgang.
Vrouwen die tijdens en na de zwangerschap last hebben gehad van ongewild urineverlies hebben een vergrote kans op het krijgen van incontinentie op latere leeftijd. Daarom is het extra belangrijk om goed voor de bekkenbodem te zorgen.
Problemen met de stoelgang
Na je bevalling duurt het even voordat je stoelgang weer op gang komt. Omdat je veel vocht verliest, kan je ontlasting hard en pijnlijk zijn. Het kan bovendien pijnlijk zijn om te persen, omdat het gebied rond je anus nog beurs is. Je ontlasting wordt zachter door veel te drinken. Het kan ook helpen om voedsel te eten met een laxerende werking, zoals ontbijtkoek of zemelen. Houd je ontlasting niet op, daar worden de problemen alleen maar erger van.
Aambeien
Aambeien na de bevalling komen veel voor. Aambeien zijn opgezwollen bloedvaten aan de binnen- of de buitenkant van je anus. Ze ontstaan tijdens het persen. Aambeien doen pijn tijdens het zitten, bij het bewegen en tijdens de stoelgang. Als je naar het toilet bent geweest, spoel dan je aambeien goed na met water. Om de pijn te verminderen kun je proberen om je aambeien te masseren. Soms lukt het om ze weer in je weefsel te duwen; de pijn is dan meteen weer weg. Je kunt de pijn ook verzachten met iets kouds, zoals een washandje met ijs of een natgemaakt en ingevroren inlegkruisje. Er zijn ook zalfjes tegen aambeien. Vraag ernaar bij je huisarts of verloskundige.
Hoe minder druk er op de aambeien komt te staan, hoe sneller ze genezen. Dat betekent echter niet dat je moet proberen je ontlasting op te houden. Maak je ontlasting zachter en neem de tijd om naar het toilet te gaan. Als je ligt, staat er ook minder druk op je aambeien.