Vacuümextractie
en tangverlossing
De vacuümpomp en de verlostang
zijn hulpmiddelen die tijdens de bevalling ingezet kunnen worden.
Er is sprake van een vacuümextractie wanneer je met behulp van
een vacuümpomp bevalt. Bij een tangverlossing wordt je baby met
behulp van een verlostang gehaald.
Deze hulpmiddelen worden gebruikt wanneer er problemen ontstaan
tijdens het persen. Voordat er besloten wordt tot zo'n ingreep heb
je dus meestal al een tijdje geperst. Wanneer je kindje het tijdens
de bevalling benauwd krijgt, kan het zijn dat de gynaecoloog besluit
om een vacuümpomp of een verlostang te gebruiken. Bij een zuurstoftekort
is het namelijk belangrijk dat je kindje zo snel mogelijk uit het
geboortekanaal te voorschijn komt. Of je kindje het benauwd heeft
of niet wordt vastgesteld aan de hand van de hartslag van je baby.
Bij een te langzame of juist te snelle hartslag krijgt je baby waarschijnlijk
te weinig zuurstof en kan er besloten worden om een pomp of een
tang te gebruiken.
De verlostang en de vacuümpomp worden ook gebruikt wanneer
je al lange tijd aan het persen bent, maar het hoofdje nog niet
veel verder is gekomen. Het hangt een beetje af van de verloskundige
of arts die bij de bevalling aanwezig is, wanneer er precies wordt
ingegrepen. Soms wordt er na drie kwartier tot een uur tevergeefs
persen al besloten om één van beide hulpmiddelen te
gebruiken. Maar het kan ook zijn dat er niet ingegrepen wordt zolang
de toestand van je baby nog goed is.
Ook wanneer je baby in een zogenaamde posterior positie ligt, dat
wil zeggen met zijn gezichtje naar boven, wordt vaak besloten om
een hulpmiddel te gebruiken. In de meeste gevallen is dit de verlostang.
Verder worden pomp of tang gebruikt wanneer de weeën ophouden,
of als je geen kracht meer hebt om te persen.
De voorbereiding
Bevallen met een vacuümpomp of een verlostang kan alleen in
het ziekenhuis. Als bij een thuisbevalling blijkt dat je één
van beide hulpmiddelen nodig hebt, moet je dus naar het ziekenhuis
vervoerd worden. De ingreep wordt uitgevoerd door een gynaecoloog.
Wanneer je al in het ziekenhuis bent, betekent het dat er extra
mensen bij je bevalling aanwezig zullen zijn: de gynaecoloog en
misschien nog een paar verpleegkundigen.
Als er eenmaal besloten is om de pomp of de tang te gebruiken,
zal het bed waarop je ligt gedeeltelijk worden ingeklapt. Het gedeelte
waar je benen liggen verdwijnt. In plaats daarvan worden er beensteunen
geplaatst waar je je benen inlegt. Een dergelijk ingeklapt bed wordt
ook wel een dwarsbed genoemd.
Wanneer de gynaecoloog denkt dat het geboortekanaal niet groot
genoeg is voor het hoofdje, en er volgens hem een risico bestaat
dat je bekkenbodem zal gaan scheuren, kan het zijn dat je voor de
ingreep ingeknipt wordt. Bij een tangverlossing is dat altijd het
geval. Als er een vacuümpomp gebruikt wordt, is inknippen niet
altijd noodzakelijk. Vaak krijg je wel een plaatselijke verdoving.
De ingreep met de vacuümpomp
Wanneer je moet bevallen met behulp van de vacuümpomp, wordt
er via je vagina een kapje op het hoofdje van je baby geplaatst.
Dit kapje is kegelvormig en gemaakt van metaal of van zacht plastic.
Het metalen kapje wordt gebruikt als het hoofdje van je baby nog
hoog in het geboortekanaal zit. De zachte variant kan alleen gebruikt
worden wanneer het hoofdje al vrij laag ligt.
Het inbrengen van het kapje kan pijnlijk zijn. Om de pijn te verminderen,
kun je het best proberen om zo rustig en ontspannen mogelijk te
blijven. Gebruik bijvoorbeeld de ademhalingstechnieken, waar je
bij het opvangen van de ontsluitingsweeën baat bij had.
Aan het kapje is een slangetje bevestigd dat verbonden is met de
pomp. Via dit slangetje wordt de lucht in het kapje langzaam weggezogen
tot het kapje vacuüm aan het hoofdje van je baby vastzit. Vervolgens
trekt de gynaecoloog bij elke perswee aan een kettinkje dat eveneens
aan het kapje bevestigd is. Zo trekt hij de baby uit het geboortekaneel
terwijl jij perst. Gemiddeld zijn er ongeveer vijf flinke weeën
nodig om de baby op deze manier geboren te laten worden.
De ingreep met de tang
Een verlostang ziet eruit als een grote suikertang. Hij bestaat
uit twee vrij grote metalen lepels met een gat erin. Deze lepels
zijn zo gevormd dat ze precies aan weerskanten om het hoofdje van
je baby passen. Zo beschermt de tang het hoofdje van je baby tegen
al te hoge druk in het geboortekanaal.
De lepels worden één voor één ingebracht
in je vagina en om het hoofdje van je kindje gelegd. Vervolgens
worden de uiteinden van de lepels aan elkaar vastgemaakt. Tijdens
je weeën trekt de gynaecoloog voorzichtig aan de tang en helpt
zo de baby door het geboortekanaal. Als het hoofdje geboren is,
wordt de tang verwijderd. Daarna wordt je baby verder op normale
wijze geboren.
Net als het inbrengen van het kapje van de vacuümpomp, kan
het inbrengen van de lepels nogal pijnlijk zijn. Ook wanneer je
al een plaatselijke verdoving hebt gehad. Ook nu is het belangrijk
om te proberen om zo rustig en ontspannen mogelijk te blijven. Gebruik
daarvoor ook nu de ademhalingstechnieken die je hebt geleerd om
de weeën op te vangen.
Gevolgen voor je baby
Zowel de vacuümpomp als de verlostang laten zichtbare sporen
achter op je kindje. Als je baby met behulp van de vacuümpomp
is geboren, kun je tijdens de eerste uren na de geboorte nog heel
duidelijk zien waar het kapje heeft gezeten. Je kindje heeft een
bult op zijn hoofd met daaromheen een rode striem van de rand van
het kapje. Soms is de huid van je baby op deze plekken ook enigszins
beschadigd. Een baby die met behulp van een verlostang op de wereld
is gezet, heeft vaak rode plekken of bloeduitstortingen aan de zijkanten
van zijn hoofdje.
Verder kan je baby de eerste dagen nog een wat vervormd hoofdje
hebben. Door het trekken wordt het hoofdje namelijk enigszins uitgerekt.
Ook kan de verlostang ervoor zorgen dat je baby een punthoofd lijkt
te hebben. Maak je hierover geen zorgen. De beschadigingen en vervormingen
trekken na een paar dagen vanzelf weg.
Naast de genoemde beschadigingen en vervormingen hebben beide soorten
verlossingen nauwelijks lichamelijke of geestelijke gevolgen voor
je kindje. Wel kan het zijn dat hij tijdens de eerste dagen wat
last heeft van misselijkheid of hoofdpijn. Ook dat gaat vanzelf
over. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je baby gevaar loopt wanneer
je met behulp van de vacuümpomp of verlostang moet bevallen.
Vacuümextractie versus tangverlossing
Aangezien de vacuümpomp en de verlostang dezelfde functie hebben,
namelijk het helpen bij de bevalling, kan het onduidelijk zijn wanneer
nu precies de pomp en wanneer de tang gebruikt wordt. Officieel
wordt de keuze bepaald door de fase van de bevalling. Daarbij is
het belangrijk hoe ver het hoofdje al is ingedaald en wat de stand
van het hoofdje is.
De verlostang kan pas gebruikt worden als er een volledige ontsluiting
is en het hoofdje van de baby zich al in het geboortekanaal bevindt.
Als er nog geen sprake is van volledige ontsluiting, wordt er een
vacuümpomp gebruikt. Wanneer je baby met zijn achterhoofd tegen
je ruggengraat ligt, is een verlostang vaak weer het beste instrument.
Deze ligging wordt ook wel een posterior positie genoemd.
De keuze tussen de tang en de pomp hangt daarnaast ook grotendeels
af van de voorkeur van de gynaecoloog. Beide typen instrumenten
hebben namelijk zo hun eigen voor- en nadelen. Een tangverlossing
kost bijvoorbeeld minder tijd dan een vacuümextractie. Dit
is vooral erg belangrijk wanneer er een noodsituatie is ontstaan
en je kind zo snel mogelijk geboren moet worden. Een vacuümextractie
is weer veel minder onaangenaam dan een tangverlossing. Bovendien
hoef je bij een vacuümextractie niet altijd te worden ingeknipt.
De gynaecoloog bepaalt in de meeste gevallen welke voordelen op
dat moment zwaarder wegen.
|