Inknippen
Wanneer je tijdens de bevalling
wordt ingeknipt, maakt de gynaecoloog, verloskundige of arts een snede
van de rand van je vagina naar buiten. Dit is een chirurgische ingreep,
die tot doel heeft om het geboortekanaal groter te maken. Een knip
wordt in de medische wereld ook wel een epi of episiotomie genoemd.
Er is een aantal redenen die kunnen leiden tot het besluit
om je in te knippen:
- Het hoofdje van je baby is te groot voor de opening van je vagina
en de verloskundige of arts verwacht dat je zonder knip uit zult
scheuren.
- De baby moet geboren worden terwijl je bekkenbodem nog niet
genoeg uitgerekt is.
- Je bent niet langer in staat om de persweeën te beheersen
en om langzaam en geleidelijk te persen zonder dat je uitscheurt.
- Je bent bij een eerdere bevalling tot aan je anus uitgescheurd
(totaalruptuur) of je bent eerder aan je vagina geopereerd.
- De baby heeft het benauwd of er zijn andere problemen die tot
gevolg hebben dat je kind snel geboren moet worden.
- Er moet gebruik worden gemaakt van een verlostang of een vacuümpomp.
Bij het laatstgenoemde hulpmiddel is inknippen overigens niet
altijd nodig.
- Je baby ligt in een stuit en er doet zich een complicatie voor
tijdens de bevalling.
Knippen of scheuren
Je kunt de knip beschouwen als een gecontroleerde scheur. Als de
beslissing om een knip te zetten op het goede moment genomen is,
voorkomt de knip meestal dat je uitscheurt. Een scheur is soms groter
dan nodig is. Bovendien is een scheur meestal grillig, met gerafelde
randen die lastig te hechten zijn. Daarentegen geneest een scheur
juist vaak beter dan een knip, juist omdat de randen niet zo recht
zijn. Hierdoor vallen de randen weer makkelijker tegen elkaar en
groeien ze sneller vast.
Als er te laat of niet wordt besloten om je in te knippen, kan
het in zeldzame gevallen gebeuren dat je uitscheurt tot en met de
spier van je anus. Dit wordt ook wel een totaalruptuur genoemd.
Een totaalruptuur is erg pijnlijk, lastig om te hechten en geneest
erg langzaam. Je kunt er nog jaren na de bevalling last van hebben.
Gelukkig komt een totaalruptuur niet vaak voor.
Methode
De knip wordt bijna altijd gemaakt vanuit de onderste rand van je
vagina. Er zijn twee manieren. De meest voorkomende knip is de zogenaamde
medio-laterale knip. Hierbij loopt de snede vanaf de onderste rand
van je vagina schuin naar beneden, tot naast je anus. Daarnaast
wordt er wel eens een rechte knip gemaakt. Die loopt van je vagina
naar beneden, tot aan een punt tussen je vagina en je anus.
Er wordt bijna altijd tijdens een wee geknipt, dus terwijl je aan
het persen bent. Omdat je tijdens die momenten waarschijnlijk volledig
geconcentreerd bent op de wee en niet op dat wat de verloskundige
of arts aan het doen is (al vertellen die je natuurlijk wel wat
ze doen), is het goed mogelijk dat je bijna niks merkt van de knip.
Toch zijn er vrouwen die de knip als uiterst pijnlijk ervaren. Daarom
kun je vragen om een verdoving in je bekkenbodem als je hoort dat
er besloten wordt om je in te knippen.
Hechten
Wanneer je baby is geboren en ook de placenta losgekomen is, moet
de knip gehecht worden. Dat is een ingewikkelde aangelegenheid,
die nogal wat tijd in beslag kan nemen. Er wordt namelijk in verschillende
lagen gehecht. Eerst worden de binnenste lagen van je weefsels opnieuw
aan elkaar vastgemaakt. Daarna werkt de verloskundige of arts langzaam
naar buiten. Zo kan het zijn dat er een nogal groot aantal hechtingen
gezet moet worden.
Voor de binnenste hechtingen in je lichaam wordt altijd gebruikgemaakt
van oplosbaar hechtdraad. Dat geldt niet altijd voor de buitenste
hechtingen. Als deze niet oplosbaar zijn, zullen ze ongeveer zeven
dagen na de bevalling eruitgehaald worden.
Voordat je gehecht gaat worden, krijg je in de meeste gevallen
een plaatselijke verdoving. Als je voordat de knip werd gemaakt
al verdoofd bent, is dat niet meer nodig. De verdovende vloeistof
wordt met een injectienaald bij je schaamlippen ingespoten. Dat
kan erg pijnlijk zijn.
De meeste vrouwen vinden niet alleen de verdoving vervelend, maar
ervaren het hechten zelf ook als pijnlijk en onaangenaam.
De verdoving neemt namelijk niet alle pijn weg. Bovendien moet je
vaak lange tijd in een nare positie liggen, op een half bed met
je benen wijd in steunen of op de rand van je bed thuis, met een
verhoging onder je billen.
Het kan helpen om je baby bij je te nemen zodat je afgeleid wordt.
Genezen
Wanneer de verdoving is uitgewerkt, enkele uren na het hechten,
kun je veel last van de knip krijgen. De wond voelt dan branderig
aan en kan een stekende pijn uitstralen.
Het nadeel van de knip is namelijk dat deze op een plek zit waar
zich vocht kan gaan ophopen. Als dat gebeurt, zwelt je huid op,
wat tot gevolg heeft dat de hechtingen steeds strakker gaan zitten.
Zo trekken ze aan het gevoelige weefsel rond de wond, wat erg pijnlijk
is. Je hebt vooral last bij het zitten en plassen. Wanneer je zit,
oefen je namelijk nog meer druk uit op de wond en als je plast loopt
er zure urine over het weefsel.
Er is een aantal dingen die je kunt doen om de pijn te verminderen
en het genezingsproces te bevorderen:
· Spoel de wond regelmatig af met warm water of neem warme
baden. Dat zorgt voor een goede doorbloeding van de wond.
· Ook tijdens het plassen helpt het om lauw water langs de
hechtingen te laten lopen met behulp van de douchekop of een maatbeker.
Dat lijkt misschien onhandig, maar het maakt het plassen wel minder
pijnlijk. Je kunt ook proberen om half staand te plassen, zodat
er minder urine over de wond loopt.
· Om vochtophoping te voorkomen, kun je het best zo veel
mogelijk op een hard oppervlak zitten, bijvoorbeeld op een houten
stoel. Als dat te pijnlijk is en zitten erg veel moeite kost, kun
je zo nu en dan een opblaasbandje als kussen gebruiken.
· Het doen van bekkenbodemoefeningen kan helpen.
· IJsblokjes in een nat washandje, een natgemaakt en bevroren
maandverbandje of een crème kunnen de wond verdoven en zo
de pijn verzachten.
· Natuurlijk is het erg belangrijk om de wond tijdens het
genezen goed schoon te houden. Was de plek dan ook regelmatig. Als
het drogen met een handdoek te veel pijn veroorzaakt, kun je ook
een haardroger gebruiken.
Zodra je merkt dat de wond toch gaat ontsteken, moet je contact
opnemen met je huisarts.
Je zult merken dat de pijn minder wordt wanneer de buitenste hechtingen
verwijderd zijn. Toch kun je ook daarna helaas nog lange tijd last
hebben van de knip.
De pijn kan bijvoorbeeld terugkomen wanneer je na de bevalling voor
het eerst weer met je partner vrijt. De hechtingen kunnen je vagina
vernauwd hebben, waardoor het vrijen pijnlijk wordt. Waarschijnlijk
heb je er na een paar keer vrijen steeds minder last van en verdwijnt
de pijn uiteindelijk gewoon weer.
Hoe lang het litteken van de knip pijnlijk blijft, verschilt van
vrouw tot vrouw. Sommigen hebben er al vrij snel geen last meer
van. Anderen voelen het na twee jaar nog. Daarbij lijkt ook de kwaliteit
van de hechtingen een rol te spelen. Van de vrouwen die lange tijd
pijn houden, blijkt later een groot deel slecht gehecht te zijn.
Dat betekent in een groot deel van de gevallen dat de hechtingen
te strak gemaakt zijn. Als je na een jaar nog steeds last hebt,
is het verstandig om een afspraak met een gynaecoloog te maken,
zodat hij of zij er nog eens naar kan kijken.
Kritiek
Er wordt nogal eens wat kritiek uitgeoefend op de praktijk van het
inknippen. Deze kritiek is met name gericht op de redenen waarom
er in bepaalde gevallen wordt besloten tot het maken van de knip.
Eén van de redenen om te knippen is immers het voorkomen
van een scheur. Aangezien een scheur makkelijker geneest, is het
de vraag of een scheur nu zoveel slechter is dan een knip. Duidelijk
is wel dat een scheur oncontroleerbaar is, en dus kan leiden tot
een totaalruptuur.
Of er een dreigende kans op een totaalruptuur bestaat, wordt vastgesteld
door de verloskundige of arts die bij de bevalling aanwezig is.
Dit blijft een subjectieve beslissing. De ene verloskundige ziet
dan ook veel eerder de noodzaak om in te knippen dan de andere.
En zo zijn er artsen die bijna altijd knippen en artsen die dat
vrijwel nooit doen.
Opvallend is dat er bij verloskundigen die weinig knippen niet
veel meer totaalrupturen voorkomen dan bij verloskundigen die dat
vaker doen. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat knippen
die alleen 'voor de zekerheid' worden gezet, in de meeste gevallen
overbodig zijn. Zonder de knip zou het merendeel van deze vrouwen
ook geen totaalruptuur hebben gekregen. Daarbij komt nog dat zelfs
met een knip een totaalruptuur niet altijd voorkomen kan worden.
Er kan een tweede kritische kanttekening worden geplaatst bij het
moment waarop een knip wordt uitgevoerd. Wanneer de knip namelijk
te vroeg wordt gemaakt (voordat je bekkenbodem is uitgerekt en dunner
is geworden), raken je spieren, huid en bloedvaten beschadigd. Daardoor
kun je veel bloed verliezen. Bij elke knip raakt er trouwens wel
wat weefsel beschadigd. Dit heeft kneuzingen en zwellingen tot gevolg,
die langzaam genezen; in de meeste gevallen langzamer dan wanneer
je uitgescheurd zou zijn.
Zoals eerder gezegd komt het ook nogal eens voor dat de wond te
strak gehecht wordt. Daardoor blijft het litteken nog lange tijd
na de bevalling erg pijnlijk. Vooral tijdens het vrijen kan dat
grote problemen opleveren.
Als je om deze redenen wilt voorkomen dat je tijdens de bevalling
ingeknipt wordt, zul je dat van tevoren duidelijk moeten maken aan
de verloskundige en eventueel aanwezige artsen. Zij kunnen daar
dan rekening mee houden. In sommige gevallen is een knip echter
absoluut noodzakelijk. Op die momenten ben je afhankelijk van de
kundigheid van diegene die de knip zet en hecht. Gelukkig gaat dat
in een groot aantal gevallen gewoon heel goed.
|