De
eerste vaste hapjes
Er
bestaat geen specifiek moment waarop je het beste van melkvoeding
op vast voedsel kunt overstappen. Ieder kind begint vaak
op een ander moment met zijn eerste vaste hapjes: terwijl
de ene baby maar geen genoeg krijgt van vast voedsel, spuwt
de ander hapje na hapje uit. Zorg in elk geval dat je de
camera klaar hebt staan, want deze eerste hapjes kunnen
hilarische momenten opleveren!
Je kunt het beste beginnen met vaste hapjes wanneer je kindje overgaat van vijf naar vier voedingen per dag. Dat ligt meestal tussen de vierde en de zesde maand. Dan kan hij ook zijn hoofdje rechtop houden en is de tongreflex opgehouden. De tongreflex zorgt ervoor dat alles wat je baby in zijn mondje stopt automatisch wordt uitgespuwd. Hoewel hij misschien de eerste keren niet meer wil eten dan enkele hapjes, je baby is er vanaf de zesde maand zeker aan toe.
Als je baby een verhoogd risico loopt op een allergie, is het verstandig zo lang mogelijk (minimaal zes maanden) uitsluitend borstvoeding te geven. Borstvoeding heeft een positief effect op het voorkomen van een allergie. Het heeft van nature een beschermende werking dankzij de antistoffen die erin zitten. Als je borstvoeding geeft, hoef je zelf geen speciaal dieet te volgen. Blijkt je baby ondanks de borstvoeding toch allergisch, dan is het wel verstandig om zelf rekening te houden met wat je eet. Zo voorkom je dat de stoffen waar je kind allergisch op reageert in je moedermelk terechtkomen.
Klik hier om te zien of jouw kind een verhoog risico loopt op allergie
Welke
hapjes eerst?
Het is verstandig te beginnen met rijstepap of pap van maïsmeel,
omdat hij dat het beste kan verdragen. Na enkele dagen kun
je je kindje laten proeven van fijngemalen vruchten en groenten.
Denk er wel aan dat het eten altijd gepureerd en (half)
vloeibaar moet zijn. Pap, vruchten en groenten kun je bijvoorbeeld
aanlengen met de melk die je baby gewend is te drinken.
Als het nodig is, kun je vruchten en groenten koken of stomen
en daarna laten afkoelen, zodat het vruchtvlees zacht is.
Met
welke hapjes moet je wachten?
Soms kun je beter wachten met het geven van bepaald voedsel,
omdat dit allergische reacties kan veroorzaken. Dit geldt
voor de volgende etenswaren:
- gluten:
alles waarin tarwe, gerst, rogge of haver is verwerkt.
- eieren
- koemelk
- extra
zout en suiker
-
kruiden
- citrusvruchten
- honing
- schaal-
en schelpdieren
Het spreekt voor zich dat alles waarop je baby moet kauwen, nog niet geschikt is. Kinderen tot een jaar kun je beter ook geen honing geven. Honing is een natuurproduct dat besmet kan zijn met sporen van de bacterie die botulisme veroorzaakt. Kinderen onder de twaalf maanden kunnen ernstig ziek worden van deze bacterie. Dit geldt alleen voor pure honing en niet voor producten waarin honing is verwerkt, zoals babykoekjes met daarin honing.
Begin
met één vast hapje
Je baby zal moeten wennen aan een andere manier van eten.
Daarom kun je het beste beginnen met het vervangen van één
borst-
of flesvoeding
door een vast hapje. Als je kindje is gewend aan vast voedsel,
is het tijd voor een tweede vaste voeding. Ongeveer een
week nadat hij is overgestapt op twee vaste hapjes per dag,
kun je overschakelen naar drie vaste hapjes. Dan kan hij
ook samen met de andere gezinsleden eten en wennen aan driemaal
daags eten - ook als hij nog de borst of de fles krijgt.
Het
kan soms lijken alsof je baby zijn vaste hapje niet lust.
Wees gerust, hij moet er alleen nog erg aan wennen. Ook
hoef je niet meteen ongerust te worden over de hoeveelheid
die je baby eet, want dat varieert sterk onder kinderen.
Sommigen eten maar enkele theelepels leeg en spuwen de rest
uit; flinke eters peuzelen alles op.
Je hoeft
je baby niet vaak achter elkaar hetzelfde hapje te geven,
hij went sowieso wel aan de nieuwe smaak. Als er in jouw
familie voedselallergie voorkomt, is het wel verstandig
om enkele dagen achter elkaar hetzelfde hapje te geven,
zodat je kunt testen of er eventuele allergische reacties
optreden.
In het
begin kun je verschillende vruchten beter niet mixen. Je
kindje moet namelijk wennen aan de verschillende smaken
en erachter komen wat hij lekker vindt. Als je baby eenmaal
aan de vruchten is gewend, kun je ze natuurlijk wel mixen.
Later kun je eten dat hij niet graag lust, mixen met smaken
die hij wel lekker vindt.
Zelf eten
Als je baby tussen de drie en vijf maanden oud is, worden de voedingsreflexen geleidelijk aan vervangen door bewuste mondbewegingen. Dit is dan ook een goede periode om je kind van een lepeltje te leren eten.
De eerste keer dat je een fruit- of groentehapje geeft, zuigt je baby het eten van de lepel af. Vaak duwt hij met zijn tong een deel weer naar buiten. Maar als hij zijn eten lekker vindt, zal hij zeker proberen het in zijn mond te houden en door te slikken!
Let er bij het voeren op dat je de lepel om een goede manier in zijn mond doet. Stop de lepel horizontaal in zijn mondje, geef vervolgens een lichte druk op de tong en haal de lepel weer horizontaal uit zijn mondje. Als je dit doet is de kans groot dat je kind binnen twee weken goed van een lepel kan eten. De lepel afschrapen langs de bovenlip of boventandjes van je kind is een verkeerde manier. Je baby zal er zo veel langer over doen om goed met een lepel te leren eten.
Handige tips
- Laat je kind tijdens het eten zelf ook een lepel vasthouden.
- Neem een lepeltje dat vrij plat is. Van een bolle lepel kan je kind nog niet eten.
- Door hem eerst met zijn handjes te laten eten, went je kind eraan om eten naar zijn mond te brengen.
- Geen zin in een knoeiboel? Doe je baby’s shirt uit en leg een zeiltje op de grond. De troep is dan zó opgeruimd.
Als
je kindje zeven à acht maanden oud is, kun je overgaan op
grover voedsel, zoals grovere vruchtenpap en brood zonder
korsten. Hij went zo aan ander voedsel en andere structuren.
Denk eraan dat je kindje het eten moet kunnen doorslikken,
zonder dat hij echt hoeft te kauwen. Tegen zijn eerste verjaardag
heeft je kindje meerdere tandjes;
dan kun je langzaamaan beginnen met eten waarop hij goed
moet kauwen.
Kijk hier voor meer informatie over vaste hapjes.
|