Wat
is vruchtwateronderzoek?

Het vruchtwateronderzoek of de vruchtwaterpunctie
is een vorm van prenatale diagnostiek, waarbij ongeveer
20 ml vruchtwater (10 -15% van de totale hoeveelheid) uit
de baarmoeder wordt gehaald. Hiervoor prikt de arts met
een dunne naald door de buikwand tot in de baarmoeder. Het
echobeeld
toont op welke plaats dit moet gebeuren. Daarna wordt de
benodigde hoeveelheid vruchtwater in twintig tot dertig
seconden opgezogen.
Wie
komt in aanmerking voor een vruchtwaterpunctie?
Een vruchtwaterpunctie wordt alleen gedaan bij vrouwen met
een verhoogd risico op een baby met een aandoening, die
met vruchtwateronderzoek is vast te stellen. Het gaat om
vrouwen die:
- 36 jaar of ouder zijn in
de achttiende week van de zwangerschap: hun kans op een
kind met een chromosoomafwijking (zoals Down-syndroom)
is verhoogd
- al eerder een kind kregen
met een aandoening die zich kan herhalen
- zelf een aandoening hebben
die zich kan herhalen
- een partner of naaste familie
hebben met een aandoening die zich kan herhalen.
Sinds kort kan een uitslag
van de
Triple-test (bloedonderzoek
van de moeder) ook een reden voor vruchtwateronderzoek zijn.
Verloskundigen en artsen berekenen
de zwangerschapsduur vanaf de eerste dag van de laatste
menstruatie. Deze dag valt bij een normale menstruatiecyclus
ongeveer twee weken voor de bevruchting. Ook wij berekenen
de zwangerschapsduur op deze manier. Dit houdt in dat bij
een zwangerschapsduur van bijvoorbeeld veertien weken het
embryo in werkelijkheid twaalf weken oud is.
Wanneer
wordt de punctie gedaan?
De punctie wordt bij een zwangerschapsduur van veertien
tot zestien weken uitgevoerd. Dit is afhankelijk van de
hoeveelheid vruchtwater en de dikte van de buikwand. Als
eerst een Triple test wordt verricht, dan kan de punctie
vaak pas in de zeventiende zwangerschapsweek plaatsvinden.
Wie
voert het onderzoek uit en waar gebeurt dat?
Een gynaecoloog neemt het vruchtwater af. Dit gebeurt over
het algemeen in een academisch ziekenhuis, maar kan ook
plaatsvinden in een niet-academisch ziekenhuis, wanneer
er een werkovereenkomst is met een klinisch genetisch centrum.
Degene die de zwangerschap begeleidt, weet waar een afspraak
gemaakt kan worden voor een eerste bezoek dat twee weken
voorafgaat aan de ingreept. Het onderzoek van het vruchtwater
vindt altijd plaats in een klinisch genetisch centrum dat
aan het ziekenhuis is verbonden.
Is
het een pijnlijke ingreep?
De prik door de buikwand geeft een kort stekend gevoel.
De plek waar is geprikt, kan na de punctie pijnlijk blijven
en er kan sprake zijn van een trekkend menstruatie-achtig
gevoel. Je kunt je een tijdje na de ingreep heel beroerd
voelen. Neem altijd iemand mee die even bij je kan blijven
na afloop.
Wat
kan vruchtwateronderzoek uitwijzen?
De cellen in het vruchtwater geven zeer betrouwbare informatie
over de dragers van het
erfelijk
materiaal (de chromosomen), waardoor nagegaan kan worden
of er sprake is van bepaalde erfelijke aandoeningen. In
het vruchtwater zelf kan ook het gehalte van een specifiek
eiwit, AFP of alfa foetoproteďne, bepaald worden. Een sterk
verhoogde hoeveelheid AFP wijst op een open rug of open
hoofdje (een defect aan een neurale buis). Bij ongeveer
5% van de vruchtwateronderzoeken die in ons land plaatsvinden,
wordt een aandoening gevonden.
Wanneer
is de uitslag bekend?
Het duurt twee tot drie weken voor de uitslag bekend is.
De cellen uit het vruchtwater moeten voor chromosoomonderzoek
namelijk eerst worden gekweekt. Is er sprake van een afwijkende
uitslag, dan bestaat de mogelijkheid om de zwangerschap
te laten afbreken. Vanwege de zwangerschapsduur (negentien
weken) gebeurt dit door het opwekken van de bevalling.
Zijn
er risico's aan de ingreep verbonden?
Er is
een kans van 0,5% (1 op 200) dat er door de punctie zelf
een
miskraam
volgt. Dit risico is iets kleiner dan het risico van de
vlokkentest.
Worden
de kosten vergoed?
Zorgverzekeraars
vergoeden het vruchtwateronderzoek volgens de polisvoorwaarden.
Verplicht verzekerden betalen een eigen bijdrage.
Garanties
De uitslag van een vruchtwateronderzoek geeft aan of de
baby de gezochte aandoening wel of niet heeft. Een goede
uitslag van het onderzoek is echter geen garantie op een
gezond kind. Het onderzoek kan lang niet alle aangeboren
aandoeningen vaststellen. De kans daarop blijft hetzelfde
als die van iedere willekeurige zwangere vrouw.
tekst in samenwerking met:VSOP