Wat is de vlokkentest?
De vlokkentest is een vorm van prenatale diagnostiek, waarbij een
klein stukje (vlokkig) weefsel van de placenta (moederkoek) wordt
weggenomen. Meestal gaat het om 20-50 mg, een duizendste deel van
het totale placentaweefsel. De test kan via de vagina of via de
buikwand verlopen:

Vlokkentest via de vagina
- De vlokkentest via de vagina wordt na tien weken zwangerschap
verricht. Met behulp van echobeeld schuift de arts een heel
dun tangetje of buisje door de vagina en baarmoedermond tot
in de placenta, waarna wat weefsel wordt weggenomen.

Vlokkentest via de buikwand
- Na twaalf weken zwangerschap kan de vlokkentest via de buikwand
worden gedaan. De arts bepaalt met de echo waar hij door de
buikwand heen moet prikken om de punt van de naald in de placenta
te kunnen schuiven. De weefselstukjes worden daarna met een
injectienaald opgezogen.
Verloskundigen en artsen berekenen de zwangerschapsduur
vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Deze dag valt
bij een normale menstruatiecyclus ongeveer twee weken voor de
bevruchting. Ook in de hierboven staande tekst is de zwangerschapsduur
op deze manier berekend. Dit houdt in dat bij een zwangerschapsduur
van bijvoorbeeld tien weken het embryo in werkelijkheid acht weken
oud is.
Wie komt in aanmerking voor deze test?
Een vlokkentest wordt alleen gedaan bij vrouwen met een verhoogd
risico op een baby met een aandoening, die de vlokkentest kan aantonen.
Het gaat om vrouwen die:
- 36 jaar of ouder zijn in de tiende week van de zwangerschap:
hun kans op een kind met een chromosoomafwijking (zoals Downsyndroom)
is verhoogd
- al eerder een kind kregen met een aandoening die zich kan
herhalen
- zelf een aandoening hebben die zich kan herhalen
- een partner of naaste familie hebben met een aandoening die
zich kan herhalen.
De vlokkentest wordt meestal niet meer verricht
bij een zwangerschapsduur van dertien weken of meer. De test is
ook niet gebruikelijk bij een
meerlingzwangerschap.
Wie voert
het onderzoek uit en waar gebeurt dat?
Een gynaecoloog neemt het placentaweefsel weg. Dit gebeurt over
het algemeen in een academisch ziekenhuis, maar kan ook plaats
vinden in een niet-academisch ziekenhuis, wanneer er een werkovereenkomst
is met een klinisch genetisch centrum. Degene die de zwangerschap
begeleidt, weet waar een afspraak gemaakt kan worden voor het
eerste bezoek dat zo'n twee à drie weken voorafgaat aan
de test. Het onderzoek van het placentaweefsel vindt altijd plaats
in een klinisch genetisch centrum dat aan het ziekenhuis is verbonden.
Is het een pijnlijke
ingreep?
De vaginale vlokkentest kan zeker pijnlijk zijn of een menstruatie-achtig
of wee gevoel veroorzaken. In de 12 tot 24 uur na de test is er
vaak wat vaginaal bloedverlies, soms met een stolsel. Daarna volgt
soms nog wat roze of bruinige afscheiding. Bij de test via de
buikwand kan het bewegen van de naald een wee, soms pijnlijk gevoel
geven. Bloedverlies hoort na deze vlokkentest niet op te treden.
Je kunt wel één tot twee dagen wat last van je buik
hebben.
Wat kan de
vlokkentest uitwijzen?
Het celmateriaal wordt in het laboratorium op kweek gezet en is
daarna geschikt voor chromosoomonderzoek of onderzoek van het
DNA (het erfelijk materiaal waaruit een chromosoom is opgebouwd).
De vlokkentest kan bepaalde erfelijke aandoeningen aantonen, maar
geen uitsluitsel geven of er sprake is van een open rug of open
hoofdje bij de baby. Daarvoor is een vruchtwaterpunctie nodig
of uitgebreide echoscopie.
De betrouwbaarheid van de uitslag van de vlokkentest
is iets geringer dan die van de vruchtwaterpunctie. Dat komt doordat
bij 1 à 2% van de zwangerschappen een chromosoomafwijking wordt
ontdekt, die alleen in de placenta voorkomt. Zijn de gegevens
niet betrouwbaar genoeg, dan is alsnog een vruchtwaterpunctie
aan te raden.
Wanneer is de
uitslag bekend?
Na vijf tot tien dagen is bekend of de baby de gezochte chromosoomaandoening
heeft. DNA-onderzoek duurt een tot twee weken. Is de aandoening
aanwezig, dan bestaat de mogelijkheid de zwangerschap te beëindigen.
Zijn er risico's
aan de vlokkentest verbonden?
Bij de vlokkentest is er ongeveer 1 tot 2% kans (1 op 50) op een
miskraam. Een deel van deze zwangerschappen zou echter ook zonder
vlokkentest niet goed zijn gegaan. Uit recente onderzoeken blijkt
dat bij een vlokkentest vóór de tiende zwangerschapsweek een iets
vergroot risico bestaat op afwijkingen aan de ledematen en het
gezicht van de baby. Bij een vlokkentest na de tiende week is
dit risico niet vergroot; in Nederland wordt de vlokkentest vrijwel
uitsluitend na tien weken verricht.
Worden de kosten
vergoed?
Zorgverzekeraars vergoeden de vlokkentest volgens de polisvoorwaarden.
Verplicht verzekerden betalen een eigen bijdrage volgens de ziekenfondswet.
Garanties
De uitslag van een vlokkentest geeft aan of de baby de gezochte
aandoening wel of niet heeft. Een goede uitslag van de test is
echter geen garantie op een gezond kind. Het onderzoek kan lang
niet alle aangeboren aandoeningen vaststellen. De kans daarop
blijft hetzelfde als die van iedere willekeurige zwangere vrouw.
tekst in samenwerking met:VSOP