Babyinfo.nl - Alles wat je wilt weten over vruchtbaarheid, zwangerschap, bevalling en het eerste jaar van je baby.
Zwanger worden
Zwanger
Geboorte
Jij &...
WIJ Babywinkel
WIJ Feestwinkel
WIJ Fotoservice
WIJ Mediawinkel
Video
NIET GEVONDEN: bi_vertical
babyinfo.nl kinderinfo.nl
     
De resusfactor

Tijdens je eerste bezoek aan de verloskundige wordt na een klein bloedonderzoek je resusfactor vastgesteld. Deze is positief of negatief. Positief betekent dat er een bepaalde eiwitachtige stof in je bloed aanwezig is. Bij een negatieve resusfactor ontbreekt deze stof.

Als je resusfactor positief blijkt, is er verder niets aan de hand (ook niet wanneer je kindje resusnegatief bloed heeft). Bij een negatieve resusfactor zul je tijdens je zwangerschap extra in de gaten worden gehouden. Er kunnen namelijk problemen ontstaan, wanneer je zelf een negatieve resusfactor hebt en de bloedgroep van je kindje resuspositief is.

De problemen doen zich voor, wanneer een gedeelte van het resuspositieve bloed van je baby terechtkomt in jouw resusnegatieve bloed. Tijdens de zwangerschap kan er weinig gebeuren. Het kindje in je baarmoeder heeft een eigen bloedsomloop, die losstaat van de jouwe. De kans dat jouw bloed tijdens je zwangerschap in aanraking komt met dat van je baby is dan ook klein.

Tijdens de bevalling is die kans echter tamelijk groot. Als er bloed van een kindje met een positieve resusfactor terechtkomt in het bloed van een resusnegatieve moeder, kan het lichaam van de moeder antistoffen gaat aanmaken tegen het bloed van haar baby. Wanneer deze antistoffen via de navelstreng weer terechtkomen in het bloed van de baby, breken ze het bloed van het kindje af, wat ernstige gevolgen kan hebben.

In de meeste gevallen ontstaan de problemen pas bij een tweede of latere zwangerschap. Als het resuspositieve bloed van de baby namelijk pas tijdens de geboorte in aanraking komt met het resusnegatieve bloed van de moeder, begint de moeder pas na de geboorte met het aanmaken van antistoffen. Deze kunnen dit eerste kindje dan geen kwaad meer doen. Ze kunnen het resuspositieve bloed van een later kindje echter ernstig aantasten.

Vroeger kon dit wel eens tot gevolg hebben dat baby’s werden geboren met geelzucht, bloedarmoede en/of met vochtuitstortingen onder hun huid. In de allerernstigste gevallen overleden deze kindjes vlak voor of net na de bevalling, omdat hun rode bloedlichaampjes werden afgebroken door de antistoffen uit het bloed van hun moeder. Sinds 1965 bestaat er echter een antiserum dat deze complicaties kan voorkomen.

Als blijkt dat jij een negatieve resusfactor hebt, wordt er rond de dertigste week van je zwangerschap gekeken of je antistoffen tegen het bloed van je baby hebt aangemaakt. Als dat zo is, helpt een antiserum (bedoeld om de kans te verkleinen dat je antistoffen gaat aanmaken) niet meer. Er wordt in dit geval een ADCC-test afgenomen door het CLB te Amsterdam (Centraal Laboratorium voor de Bloedtransfusiedienst), waarna de relatie tussen de hoeveelheid antistoffen en hemolyse wordt bekeken.

Uit deze bevindingen en berekeningen volgt een kanspercentage en aan de hand daarvan nemen de artsen wel of geen actie. Je wordt dan meestal doorgestuurd naar de gynaecoloog voor een echo om te kijken of je baby last heeft van vochtopeenhopingen. Je wordt gedurende de rest van de zwangerschap streng gecontroleerd in het ziekenhuis.

Na de geboorte wordt de resusfactor van het bloed van je baby vastgesteld. Als deze positief is, krijg je binnen 48 uur (nog) een injectie met het antiserum. Dit serum zorgt dat je lichaam geen antistoffen zal maken; daarmee voorkom je problemen tijdens een eventuele volgende zwangerschap.

Sinds er algemeen gebruik wordt gemaakt van het antiserum, komt het bijna niet meer voor dat baby’s ziek worden als gevolg van een conflicterende resusfactor. Zolang je er maar voor zorgt dat je na elke bevalling, maar ook na elke miskraam, buitenbaarmoederlijke zwangerschap, vruchtwaterpunctie, abortus of een ongeluk, waarbij het bloed van je baby terechtkomt in jouw bloed, het serum krijgt toegediend.

Overigens heeft het merendeel van de mensheid een positieve resusfactor. In Nederland heeft slechts 16 % van de bevolking resusnegatief bloed. De kans dat je tot de risicogroep behoort, is dus tamelijk klein. Het serum zorgt ervoor dat je, ook wanneer je wel een negatieve resusfactor hebt, beschermd bent tegen eventuele complicaties die hierdoor worden veroorzaakt.
 
 
Hotspot van de Maand
Picture: je cottage midden in de bossen van Noord-Limburg. Ideaal voor het maken van fiets- en wandeltochten in combinatie met urenlang plezier bij Center Parcs zelf…

  ©2012 WIJ Special Media. Alle rechten en typefouten voorbehouden.
Privacy Policy | Vrijwaring | Copyright | Colofon | Adverteren