De
resusfactor
Tijdens je eerste bezoek aan
de verloskundige wordt na een klein bloedonderzoek je resusfactor
vastgesteld. Deze is positief of negatief. Positief betekent dat er
een bepaalde eiwitachtige stof in je bloed aanwezig is. Bij een negatieve
resusfactor ontbreekt deze stof.
Als je resusfactor positief blijkt, is er verder niets aan de hand
(ook niet wanneer je kindje resusnegatief bloed heeft). Bij een negatieve
resusfactor zul je tijdens je zwangerschap extra in de gaten worden
gehouden. Er kunnen namelijk problemen ontstaan, wanneer je zelf een
negatieve resusfactor hebt en de bloedgroep van je kindje resuspositief
is.
De problemen doen zich voor, wanneer een gedeelte van het resuspositieve
bloed van je baby terechtkomt in jouw resusnegatieve bloed. Tijdens
de zwangerschap kan er weinig gebeuren. Het kindje in je baarmoeder
heeft een eigen bloedsomloop, die losstaat van de jouwe. De kans
dat jouw bloed tijdens je zwangerschap in aanraking komt met dat
van je baby is dan ook klein.
Tijdens de bevalling is die kans echter tamelijk
groot. Als er bloed van een kindje met een positieve resusfactor
terechtkomt in het bloed van een resusnegatieve moeder, kan het
lichaam van de moeder antistoffen gaat aanmaken tegen het bloed
van haar baby. Wanneer deze antistoffen via de navelstreng weer
terechtkomen in het bloed van de baby, breken ze het bloed van het
kindje af, wat ernstige gevolgen kan hebben.
In de meeste gevallen ontstaan de problemen pas
bij een tweede of latere zwangerschap. Als het resuspositieve bloed
van de baby namelijk pas tijdens de geboorte in aanraking komt met
het resusnegatieve bloed van de moeder, begint de moeder pas na
de geboorte met het aanmaken van antistoffen. Deze kunnen dit eerste
kindje dan geen kwaad meer doen. Ze kunnen het resuspositieve bloed
van een later kindje echter ernstig aantasten.
Vroeger kon dit wel eens tot gevolg hebben dat
babys werden geboren met geelzucht, bloedarmoede en/of met
vochtuitstortingen onder hun huid. In de allerernstigste gevallen
overleden deze kindjes vlak voor of net na de bevalling, omdat hun
rode bloedlichaampjes werden afgebroken door de antistoffen uit
het bloed van hun moeder. Sinds 1965 bestaat er echter een antiserum
dat deze complicaties kan voorkomen.
Als blijkt dat jij een negatieve resusfactor
hebt, wordt er rond de dertigste week van je zwangerschap gekeken
of je antistoffen tegen het bloed van je baby hebt aangemaakt. Als
dat zo is, helpt een antiserum (bedoeld om de kans te verkleinen
dat je antistoffen gaat aanmaken) niet meer. Er wordt in dit geval
een ADCC-test afgenomen door het CLB te Amsterdam (Centraal Laboratorium
voor de Bloedtransfusiedienst), waarna de relatie tussen de hoeveelheid
antistoffen en hemolyse wordt bekeken.
Uit deze bevindingen en berekeningen volgt een
kanspercentage en aan de hand daarvan nemen de artsen wel of geen
actie. Je wordt dan meestal doorgestuurd naar de gynaecoloog voor
een echo om te kijken of je baby last heeft van vochtopeenhopingen.
Je wordt gedurende de rest van de zwangerschap streng gecontroleerd
in het ziekenhuis.
Na de geboorte wordt de resusfactor van het bloed
van je baby vastgesteld. Als deze positief is, krijg je binnen 48
uur (nog) een injectie met het antiserum. Dit serum zorgt dat je
lichaam geen antistoffen zal maken; daarmee voorkom je problemen
tijdens een eventuele volgende zwangerschap.
Sinds er algemeen gebruik wordt gemaakt van het
antiserum, komt het bijna niet meer voor dat babys ziek worden
als gevolg van een conflicterende resusfactor. Zolang je er maar
voor zorgt dat je na elke bevalling, maar ook na elke miskraam,
buitenbaarmoederlijke zwangerschap, vruchtwaterpunctie, abortus
of een ongeluk, waarbij het bloed van je baby terechtkomt in jouw
bloed, het serum krijgt toegediend.
Overigens heeft het merendeel van de mensheid een positieve resusfactor.
In Nederland heeft slechts 16 % van de bevolking resusnegatief bloed.
De kans dat je tot de risicogroep behoort, is dus tamelijk klein.
Het serum zorgt ervoor dat je, ook wanneer je wel een negatieve resusfactor
hebt, beschermd bent tegen eventuele complicaties die hierdoor worden
veroorzaakt. |