Prenataal
onderzoek: Inleiding
Hoera! De zwangerschapstest gaf een positieve uitslag: er groeit
echt een kindje in je buik. Als aanstaande moeder ga je een spannende
tijd tegemoet. Een vraag die je vooral bezig kan houden is: krijg
ik een gezond kind?
Soms bestaat er vanaf het begin een reden om langer stil te
staan bij de gezondheid van je kind. Bijvoorbeeld als er erfelijke
ziektes of aangeboren afwijkingen in je familie voorkomen of als
je ouder bent dan 36. Volgens de statistieken is de kans op een
kind met een aangeboren afwijking dan groter.
Hierbij ligt de nadruk op 'statistisch gezien',
want het feit dat je behoort tot één van de
zogeheten risicogroepen wil helemaal niet zeggen dat je kind
niet gezond zal zijn. Andersom geldt hetzelfde: dat je niet
tot een risicogroep behoort, geeft ook geen garantie op een
kerngezonde baby.
Gelukkig kan men door prenataal onderzoek, d.w.z.
onderzoek dat plaatsvindt tijdens je zwangerschap, al veel te weten
komen over de gezondheid van je kind. Gynaecoloog Rene Klein, onderkent
het belang van prenataal onderzoek, maar wijst ook op de beperkingen
ervan:
"Er bestaat geen 100% zekerheid. Met
de vruchtwaterpunctie
en de vlokkentest krijg je wel
een heel betrouwbare diagnose van chromosomale afwijkingen, waarvan
de bekendste het Downsyndroom of mongolisme is. Maar het is belangrijk
te beseffen dat, hoewel bepaalde afwijkingen uitgesloten kunnen
worden, je nooit alles middels prenataal onderzoek kunt bepalen.
Mijn ervaring is dat prenataal onderzoek
heel nuttig is om veel ongerustheid weg te nemen. Ouders bereiden
zich tegenwoordig steeds bewuster voor op een zwangerschap. Logisch,
want in tegenstelling tot een generatie of twee geleden, is het
kindertal nu beperkt. Er wordt veelal gekozen voor twee of drie
kinderen in plaats van acht of negen, wat voor onze grootouders
heel normaal was. Dan is het niet zo verwonderlijk dat de gezondheid
van dat kleine aantal, o zo kostbare kinderen, ouders erg bezighoudt.
In mijn praktijk zie ik dat zo'n 50% van
de vrouwen ouder dan 36 jaar kiest voor een vruchtwaterpunctie
of een vlokkentest. Anderen willen eerst een minder ingrijpend
onderzoek, zoals de triple-test of een uitgebreide echo. Het moeilijke
van prenataal onderzoek is dat meer kennis ook meer dilemma's
met zich meebrengt. De uitslag is immers niet ja of nee, maar
kent vele gradaties. De foetus kan misschien wel een chromosomale
afwijking vertonen die geen Downsyndroom veroorzaakt, maar wel
andere beperkingen in de ontwikkeling."
Artsen kunnen meestal een inschatting maken in
welke mate een afwijking van invloed zal zijn op het leven van het
kind. Maar het zijn de ouders die de uiteindelijke keuze moeten
maken. In gesprekken met een erfelijkheidsdeskundige
kunnen ouders vragen stellen over de eventueel geconstateerde afwijkingen.
Dit helpt bij het nemen van de beslissing om het kindje wel of niet
te laten komen of juist om goed voorbereid te zijn op de toekomstmogelijkheden
van het kind.
|