Lichamelijk
onderzoek
Het lichamelijk onderzoek moet
vaststellen of er inderdaad sprake is van een (dreigende) miskraam
of dat het bloedverlies een andere oorzaak heeft. Een inwendig onderzoek
zal daar meestal bij horen. Als de baarmoedermond nog dichtzit, spreekt
men van een dreigende miskraam en bestaat de mogelijkheid dat de zwangerschap
toch gewoon door zal gaan.
Afwachten is het beleid
Als bij het onderzoek wordt vastgesteld dat het om een dreigende miskraam
gaat en andere oorzaken zijn uitgesloten, zal de huisarts of de verloskundige
meestal voorstellen het natuurlijke verloop verder thuis af te wachten.
Hij zal informatie geven over wat je verder kunt verwachten en een
nieuwe controledatum afspreken. Ook zal hij instructies geven in welke
gevallen tussentijds onderzoek nodig is of wanneer je tussentijds
moet bellen. Het gebruik van speciale medicijnen is bij een dreigende
miskraam niet zinvol. Er wordt hoogstens een pijnstiller voorgeschreven.
Soms is het beter niet eerst af te wachten, maar meteen een echoscopie
te laten doen om meer zekerheid te krijgen. De huisarts en de verloskundige
kunnen deze aanvragen, ook zonder je te verwijzen naar een gynaecoloog.
Echoscopie
Echoscopie
is een onderzoekmethode waarmee een inwendig orgaan op een beeldscherm
zichtbaar gemaakt wordt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van speciale,
onhoorbare geluidsgolven. Die geluidsgolven worden uitgezonden door
een tastkop die tegen je lichaam wordt gehouden en de inwendige
organen kaatsen ze weer terug. Vandaar ook de naam 'echo'scopie.
De tastkop vangt de teruggekaatste geluidsgolven
op en seint die via een draad door naar het echoscopie-apparaat.
Daarin worden ze zo bewerkt, dat ze op een beeldscherm zichtbaar
worden. Je kunt dat zelf ook bekijken. Er kan een foto van worden
gemaakt en soms kun je de echo zelfs op videoband meekrijgen.
Bij een echoscopie kan allereerst worden gezien
of het hartje klopt. Dit is gewoonlijk al vanaf de achtste week
(vier weken over tijd) zichtbaar. Een zichtbaar kloppend hartje
is een teken van leven, maar bij heel jonge zwangerschappen geeft
de echoscopie vaak geen uitsluitsel of de vrucht nu wel of juist
niet meer in leven is. Alles is dan nog zo klein, dat hierover niets
met zekerheid is te zeggen. Het heeft daarom ook geen zin om bij
een zwangerschap die korter duurt dan acht weken, bij bloedverlies
een echoscopie te doen.
Daarnaast kan de grootte van de vrucht worden
gemeten, om te beoordelen of de grootte overeen komt met de geschatte
zwangerschapsduur. Als dit het geval is, is dat een gunstig teken.
Onderzoek met echoscopie biedt bij bloedverlies
aan het begin van de zwangerschap lang niet altijd zekerheid. Tot
acht weken zwangerschap is bij echoscopie niet goed te beoordelen
of er al dan niet sprake is van een intacte zwangerschap met een
levende vrucht. Vaak zal in dat geval om zekerheid te krijgen het
onderzoek na een of twee weken moeten worden herhaald.
Door: Martha van Buuren & Wiebe Braam |