RS-virus
Het
R(espiratoir) S(yncytiaal)-virus is verwant aan het griepvirus.
Vooral babys en jonge kinderen kunnen er veel last
van hebben. Het virus veroorzaakt een infectie in de luchtwegen,
waardoor je kindje het benauwd krijgt. Bij erge benauwdheid
kan het zijn dat je baby moet worden opgenomen in het ziekenhuis.
Het duurt gemiddeld tien dagen voordat hij weer beter is.
Symptomen
Het RS-virus lijkt erg op een verkoudheid.
Je baby heeft een verstopte neus en slijm in zijn longetjes.
Hierdoor krijgt hij problemen met ademhalen. Hij kan piepgeluidjes
gaan maken bij het ademen of hijgerig naar lucht happen.
Verder kan je baby last hebben van hoestbuien, waarbij hij
slijm opgeeft. Bij sommige kinderen zijn de hoestbuien zo
heftig, dat ze ervan moeten braken.
In de ernstige gevallen heeft je baby daarnaast een
grauwe kleur in zijn gezichtje en drinkt hij slecht. Dit
laatste kan er samen met het braken voor zorgen dat je baby
uitdroogt. In tegenstelling tot peuters en kleuters hebben
jonge babys met het virus meestal geen koorts.
Toch kan je kindje behoorlijk ziek worden van het virus.
Behandeling
Net als griep of verkoudheid kun je het RS-virus alleen
maar bestrijden door je kindje goed te laten uitzieken.
Het gaat in de meeste gevallen namelijk vanzelf weer over.
Als je baby het erg benauwd heeft, zal de huisarts je waarschijnlijk
neusdruppels en/of inhalatiemiddelen voorschrijven. Maar
wanneer je baby bijna geen lucht meer krijgt, slecht drinkt
en daardoor tekenen van uitdroging vertoont, moet hij worden
opgenomen in het ziekenhuis.
Een kindje met een ernstig
vorm van het virus moet gemiddeld een week in het ziekenhuis
blijven. Om ervoor te zorgen dat je kindje weer beter kan
ademhalen, krijgt hij medicijnen, die vaak in de vorm van
een spray worden toegediend. Deze spray zorgt ervoor dat
zijn luchtwegen weer opengaan, doordat de slijmvliezen slinken
en het slijm oplost. Dit sprayen wordt vernevelen genoemd.
Soms is vernevelen alleen niet
genoeg. Dan kan het zijn dat je baby enige tijd extra zuurstof
nodig heeft. In de ergste gevallen moet je kindje worden
beademend, maar dat komt gelukkig maar heel weinig voor.
Babys die door het virus slechter zijn gaan drinken,
krijgen meestal een sonde om ervoor te zorgen dat ze toch
genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen.
Gevolgen
Het kan zijn dat je baby nog wat restgevolgen overhoudt
aan een besmetting met het RS-virus. Kindjes die een ernstige
vorm van het virus hebben gehad, zijn vaak sneller verkouden
of snotterig dan anderen. Tijdens deze verkoudheden komt
het piepen of rochelen bij het ademen soms weer een beetje
terug. Als je kindje het daarbij ook weer benauwd krijgt,
kan het zijn dat het virus terug is en kun je het beste
contact opnemen met je huisarts.
Het feit dat je kindje na het
RS-virus nog wat kortademig is, betekent overigens niet
dat hij astma heeft. Deze kortademigheid is alleen een gevolg
van het virus. Meestal verdwijnen deze verschijnselen vanzelf,
wanneer je kindje wat ouder en sterker wordt. Sommige ouders
zien hun kindje dan ook uitgroeien van een kwakkelend en
mager babytje tot een gezonde en sterke peuter. Het komt
in de meeste gevallen uiteindelijk dus allemaal goed.
Preventie
Het is heel moeilijk om te voorkomen dat je kindje het RS-virus
krijgt. De ziekte is namelijk erg besmettelijk. Het wordt
verspreid door de lucht en via aanraking. Je kindje krijgt
het al als hij de uitgehoeste lucht inademt van iemand anders
met het virus, of als hij door zo iemand wordt geknuffeld
of gezoend. En vaak weet je niet dat die ander het virus
heeft, omdat oudere kinderen en volwassenen er niet echt
ziek van worden. Bij hen openbaart het virus zich alleen
als een verkoudheid.
Je kindje kan niet tegen het
virus worden ingeënt. De medische wetenschap is druk bezig
met het ontwikkelen van een algemeen vaccin tegen de ziekte, maar
het duurt waarschijnlijk nog even voordat het er echt is.
Als je kindje de ziekte eenmaal heeft gehad, is het niet
zo dat hij er voortaan immuun voor is. Het kan dus zijn
dat de ziekte terugkomt. Hoe ouder en sterker je kindje
is, hoe beter zijn lichaam het virus kan bestrijden; een
tweede ziekenhuisopname komt dan ook niet zo vaak voor.
Er bestaat wel een vaccin dat uitsluitend bedoeld
is voor kinderen die behoren tot de risicogroep. Die
kleintjes kunnen maandelijks, van oktober tot en met
april, een injectie krijgen. Maar ook dan kan nog
niet met 100 % zekerheid worden gegarandeerd dat je
baby de ziekte niet krijgt.
De prijs hiervan is afhankelijk van geval tot geval.
Gemiddeld kost Synagis € 4500 per kuur. Omdat
het hier gaat om een groep kinderen die zeer kwetsbaar
is door vroeggeboorte, chronisch longlijden of aangeboren
hartafwijkingen heeft het Ministerie van VWS bepaald
dat Synagis wordt vergoed in de volgende gevallen:
-
Kinderen die zijn geboren na
een zwangerschapsduur van 32 weken of minder en
die bij de start van het seizoen jonger zijn dan
een half jaar;
-
Kinderen jonger dan twee jaar
die zijn behandeld voor bronchopulmonale dysplasie;
-
Kinderen jonger dan twee jaar
die een aangeboren hartafwijking hebben die hemodynamisch
significant is.
Vanwege het feit dat ouders van kinderen die in aanmerking
komen voor Synagis vaak al een zeer moeilijke ziekenhuis(couveuse)periode
achter de rug hebben, verleent de fabrikant de service
om Synagis door een verpleegkundige (op verzoek van
de kinderarts) thuis toe te dienen. Dit gebeurt in
ca. 95 % van de gevallen. Deze service heet SynaCare.
Risicogroep
Vooral kleine kinderen zijn erg vatbaar voor het virus. Dat komt
omdat de longen van babys nog niet helemaal volgroeid zijn,
waardoor de luchtwegen van een klein kindje erg gevoelig zijn voor
infecties. Omdat de luchtwegen van een baby nog erg smal en klein
zijn, krijgt hij het bovendien al snel benauwd als zijn slijmvliezen
opzetten en er slijm in zijn longblaasjes komt. Vaak hebben kleine
kinderen ook nog niet voldoende kracht om het slijm op te hoesten.
Babys die te vroeg geboren
zijn en kindjes met een hart- of een longaandoening hebben een nog
grotere kans om de ziekte te krijgen. Bij deze kindjes is het dus
zaak om extra voorzichtig te zijn. Volwassenen en oudere kinderen
worden niet echt ziek van het virus - zij krijgen hooguit een stevige
verkoudheid - maar vaak zijn zij wel degenen die de ziekte verspreiden
en kleine kinderen besmetten. Het is dus verstandig om ouderen kinderen
en volwassenen met een verkoudheid bij je baby uit de buurt te houden.
Seizoen
Het RS-virus is heel erg seizoensgebonden. Het komt vooral voor in
de wintermaanden, van oktober tot en met maart. Als de "R"
weer in de maand zit, is het dus oppassen geblazen. Elke jaar moeten
in die periode ongeveer duizend tot tweeduizend kinderen met het virus
in het ziekenhuis worden opgenomen. |