Hielprik
Alle babys in Nederland krijgen
binnen zes dagen na hun geboorte een hielprik. Bij een hielprik
wordt er wat bloed afgenomen uit het hieltje van je baby, om te
kunnen vaststellen of je baby lijdt aan een aantal aangeboren afwijkingen.
Het bloed van je baby wordt onderzocht op een aantal zeldzame, maar ernstige aandoeningen. Deze aandoeningen zijn niet te genezen maar wel goed te behandelen met medicijnen of een dieet. Tijdige opsporing van deze aandoeningen kan schade aan de lichamelijke of geestelijke ontwikkeling van je kind voorkomen. De hielprik wordt uitgevoerd door de wijkverpleegkundige, je huisarts, verloskundige of door de kraamverzorgende, meestal tegelijkertijd met de gehoorscreening.
Aandoeningen
Je baby’s bloed wordt onderzocht op zeventien verschillende aandoeningen: een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. Gelukkig komen ze niet vaak voor. In Gelderland, Limburg, Noord-Brabant en Utrecht loopt een proefproject waarbij baby’s ook gescreend worden op Cystic Fibrosis (CF).
Lees hier meer over de aandoeningen CHT, PKU en AGS.
|