Sparen voor je kind
Deze pagina's zijn (mede) tot stand gekomen
door samenwerking met het Nibud
(Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting).
‘Sparen voor later’: daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Maar kies wel verstandig, want banken en verzekeringsmaatschappijen bieden ieder hun eigen product aan met elk verschillende voor- en nadelen.
Voordat je je verbindt om jarenlang een vast bedrag per maand te sparen, kijk vooral wat je kunt en wilt missen. Kies je voor een regeling waarbij je elke maand een vast bedrag betaalt (of eigenlijk: spaart), dan is dat al snel voor een looptijd van 15 jaar. De kans is natuurlijk groot dat het gezinsinkomen de komende jaren stijgt, maar het kan ook gebeuren, dat je inkomen minder wordt. Omdat je minder gaat werken door de komst van je kleine of omdat je ervoor kiest om een studie te doen. Je studiekosten kun je namelijk tegenwoordig ook niet meer als fiscaal voordeel opgeven bij de Belastingdienst. Is je spaarregeling ook dan nog vol te houden? Informeer van tevoren of de regeling tussentijds is aan te passen of te beëindigen, ook in geval van ernstiger redenen als echtscheiding, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of overlijden van (één van de) ouders. Vraag wat daarvan de gevolgen zijn.
Veel ouders kiezen ervoor om (een deel van) de kinderbijslag apart te zetten. Het is immers geld dat je elk kwartaal krijgt en wat je - mits het direct naar een speciale rekening gaat - niet direct mist. En je spaart zo wel ongemerkt een leuk bedrag bij elkaar.
Welke spaarvorm?
De keuze voor een spaarproduct hangt ook samen met de vraag of je tussentijds over het geld wilt kunnen beschikken.
Met een spaarrekening bepaal je zelf wanneer en hoeveel je spaart. Zit je even krap, dan leg je tijdelijk wat minder of helemaal niets opzij. Deze vrijblijvendheid is voor sommige mensen een nadeel: vind je het moeilijk om de spaardiscipline op te brengen, kies dan voor een spaarrekening met een maandelijks vast bedrag.
Je kunt de rekening op je eigen naam zetten of op de naam van het betreffende (klein)kind. Voor beide is iets te zeggen. Zet je het geld op naam van je kind, dan kan hij er vanaf zijn achttiende vrij over beschikken en heb je er geen zeggenschap meer over.
Er zijn diverse typen spaarrekeningen. Je keuze hangt bijvoorbeeld af van hoeveel rente je wilt en de termijn waarop je over het spaarbedrag wilt beschikken. Je kunt kiezen voor direct opvraagbare tegoeden of voor het vastzetten van het spaartegoed voor een langere periode. In het algemeen geldt dat je een hogere rente ontvangt naarmate het spaartegoed langer vaststaat. Bij sommige spaarrekeningen is een minimuminleg vereist, bij andere kunnen alleen ronde bedragen (bijvoorbeeld € 2.000) worden vastgezet.
Voor de termijn waarop je over spaartegoeden kunt beschikken, zijn er drie mogelijkheden, afzonderlijk of gecombineerd:
- Het tegoed wordt voor een bepaalde termijn vastgezet, bijvoorbeeld één, twee of vijf jaar. Hoe langer je het vastzet, des te hoger de rente. Wil je toch eerder over het tegoed beschikken, dan betaal je meestal een boete, waarna je vervolgens een lagere rente krijgt;
- Het spaartegoed is boetevrij opvraagbaar, met inachtneming van een zekere termijn. Deze termijn kan lopen van een maand tot een jaar. Ook hier geldt weer: hoe langer de opzegtermijn, des te hoger de rente die je ontvangt;
- Maandelijks is een bedrag tot een bepaald maximum boetevrij op te nemen.
Ook het tijdstip van rentebijschrijving kan variëren. Meestal is dit een- of tweemaal per jaar achteraf, maar ook maandelijkse bijschrijvingen of bijschrijvingen aan het einde van de termijn waarvoor geld is vastgezet, zijn bij bepaalde spaarrekeningen mogelijk.
Belastingvrij schenken
Veel ouders of grootouders willen hun (klein)kinderen regelmatig of eenmalig een bepaald bedrag geven. Over schenkingen die uitkomen boven de vastgestelde vrijstelling, moet de ontvanger belasting betalen. Deze vrijstellingen bedragen over 2009:
- voor kinderen van de schenker € 4.556 per jaar;
- voor kinderen van 18 tot 35 jaar eenmalig € 22.760;
- voor anderen (bijvoorbeeld kleinkinderen) € 2.734 per jaar. Deze vrijstelling vervalt als de verkrijging hoger is dan € 2.734 per jaar.
Lees meer over dit onderwerp en de mogelijkheden in de Nibud-uitgave GeldWijzer Kinderen.
|